Open blik op het open water: wat kunnen we van elkaar leren voor een veilige vaart?

Varen op open water brengt risico’s met zich mee en vraagt om een goede voorbereiding. Open deur? Zeker, want iedere schipper is zich daarvan wel bewust. Maar we weten hoe weerbarstig de praktijk is en dat het ook verkeerd af kan lopen. Blijkbaar is het lastig om het risico altijd goed in te schatten. Hoe doen anderen dat eigenlijk? Een vraag die ervaren schippers elkaar onderling misschien niet zo snel stellen, maar wij trekken de stoute schoenen aan en vragen het schipper en EOC-lid Arie Verheij (42). 

Op welk open water komt u? 
“We komen overal, ik heb alles wel een keer gezien en gehad: Waddenzee, IJsselmeer, Oosterschelde, Westerschelde, Eems. Maar ik vaar ook al vanaf mijn 16e, toen begon ik bij mijn vader als matroos. Dat is 26 jaar geleden. Mijn huidige schip is de “Johanna-M”, een motorvrachtschip van 110 x 14,45 meter uit 2009. Daarop vaar ik met mijn vrouw en één man personeel.” 

Waar let u op, bij varen op grote binnenwateren?  
“Sowieso de golfhoogte, die moet je goed in de gaten houden. Dat zegt bijna meer dan de windkracht. Die golfhoogte-boeien zoals op de Westerschelde zijn wat dat betreft een uitkomst. Natuurlijk let je ook op de windkracht, wind is dé zorg in de binnenvaart. Bij wind ben je altijd meteen alert. De windrichting is ook heel bepalend, in combinatie met de getijden. Bij stroom tegen de wind in krijg je hogere golven. Je moet het water goed kennen, je loopt bijvoorbeeld meer risico op de Oosterschelde als de zandplaten onder staan. Je gaat nooit zomaar open water op, dat bereid je altijd voor.” 

Hoe maakt u het schip vaarklaar? 
“Ik zorg ervoor dat er bandjes op de luiken zitten, die zet ik goed vast. Maar dat doe ik eigenlijk altijd, ik ga niet varen met de luiken los. Nu is dichtleggen niet altijd voldoende, wel tegen spatwater maar als er vaste golven overheen komen, dan kunnen luiken sneuvelen. De “Johanna-M” heeft een hogere dennenboom dan het schip waar ik eerst op voer en dat is stukken veiliger, merk ik. Sommige schepen hebben een verhoogd dek, dat is nog beter. Minder laden is natuurlijk ook een manier om het veilig te houden.” 

Is het weleens spannend geweest? 
“Ja, een aantal jaar geleden. Ik zat op het IJsselmeer, onderweg naar Lemmer, het was midden in de nacht en het waaide harder dan ik had gedacht. Achteraf gezien was het wel voorspeld, maar bij Lelystad viel het nog heel erg mee dus voeren we door. We waren geladen met kolen, de golven kwamen halverwege de den en ik kreeg steeds meer water erin. Voorbij Urk kun je eigenlijk niet meer terug, dus ik moest beslissen wat we zouden doen. Ik stopte af en riep het personeel naar achteren. We vielen dwars en op dat moment dacht ik: ik stop hiermee. Toen zijn we de haven van Urk binnengelopen. Van andere schippers hoorde ik later dat dat maar goed was ook. Of zoals mijn vader zegt: ‘Je kunt beter zeggen “daar legt-ie” dan “daar zit-ie”.’ Een dag later konden we verder, de wind was gaan liggen en we hadden helemaal geen last meer.” 

Denkt u dat schippers onder druk soms teveel risico nemen? 
“Ik heb zelf nooit meegemaakt dat ik door anderen onder druk ben gezet. Maar als je ter plaatse moet lossen of laden en er staan tien tot twaalf vrachtwagens te wachten, dan denk je wel: wie gaat dat betalen? Net als toen bij mij op het IJsselmeer, kan het je overkomen dat je moet kiezen tussen doorgaan of stoppen. Je ziet nu op social media dat iedereen gelijk klaarstaat met reacties, maar op het moment zelf is het lastig, want je wilt doorgaan maar wel op een veilige manier. Je blijft tenslotte schipper op je schip.” 

Gratis inzicht in uw risico’s?

Als EOC merkten we dat er onder schippers behoefte is aan deskundig advies over risico’s en aanvullende verzekeringen. Heeft u dit ook?

Edwin Voerman
Edwin Voerman
Marketing, communicatie en advies

Delen