Ton en Sjanie: ‘waterdieptes en brughoogtes, een reis met hindernissen

Even voorstellen: wij zijn Ton en Sjanie en varen met onze Bully 40 sedan, de “Grutte Bolle”, al jaren het liefst door Frankrijk. We zijn intussen de 75 gepasseerd, waren nooit wars van een beetje avontuur, maar houden het nu liever wat rustiger. Door corona gedwongen bleven we dit jaar in eigen land. We maakten een mooie tocht door het Oosten en via de Twentekanalen naar het Noorden.

Vier jaar geleden waren we ook in Ter Apel en wilden we het Ruiten Aa kanaal af naar Bourtange. Dat raadden ze toen op de sluis af, want met onze diepgang van 1,10 en doorvaarthoogte van 2,50 zou dat niet gaan, zolang er niet gebaggerd was.

‘KIJK, WE KUNNEN’

Nu vier jaar verder, hield Sjanie haar telefoon onder mijn neus: ‘kijk, we kunnen.’ Ik keek haar niet begrijpend aan, ‘we kunnen?’. ‘Ja, we kunnen nu wel naar Bourtange, ze hebben gebaggerd.’ Ze had gelijk, de Waterkaarten-app gaf hoopvolle info door, waterdiepte 1,50 en doorvaarthoogte 2,50. Niets en niemand kon ons nog tegenhouden. De route vergt wel een beetje zelfwerkzaamheid. Bruggen en sluizen worden hier niet bediend, dat mag je allemaal zelf doen.

Vroeger was dit een moerassengebied waar turf gestoken werd. Een zwaar bestaan met veel armoede onder de turfstekers. De dichter Koos Schuur dichtte over het harde bestaan:

“Al wie hier samenkwam uit verre streken,
het land ontgon en zich een woonplaats schiep,
was elders uitgestoten, uitgeweken,
en droeg het hart in haat, tien turven diep.”

U begrijpt dat er geen ruimte was om kwistig met de dubbeltjes om te gaan. De veenarbeiders leefden sober met een oprecht rood socialistisch hart. Een brug- of sluiswachter viel onder de buitencategorie “zeer verkwistend, dus dat doen we hier niet”. Nu nog steeds niet, dus bij de benzinepomp een zelfbedieningssleutel gehaald om zelf de bruggen en sluizen te bedienen.

NIET GEBAGGERD

Bourtange was een bezoek meer dan waard en na twee dagen gingen we verder. Het plan was een stukje B.L. Tijdenskanaal te doen en dan via het Veendiep naar de Westerwoldse Aa.

Op onze erg oude papieren kaart stond nog een voor ons onneembare diepte van 1,00 meter voor het Veendiep. Maar gelukkig, de betrouwbare Waterkaarten-app gaf 1,50 aan. Een mens wil van nature alleen goed nieuws horen, dus kozen we onvoorwaardelijk voor de app. De oude afgedankte kaart verdween met een boog in de prullenbak. Er moet daar gebaggerd zijn, punt uit.

Wij goedsmoeds op weg en na wat sluizen en bruggen draaiden we bakboord uit het Veendiep in en de openstaande Groene Sluis door. Hier werden we keihard met de neus op de feiten gedrukt: er was niet gebaggerd. Het was tot overmaat van ramp ook zo smal dat we niet konden keren of achteruitvaren door ons vissenstaartroer.

ZWEET IN DE HANDEN

Met zweet in de handen en samengeknepen billen stond ik aan het roer, de dieptemeter bleef maar janken, deadslow vooruit en angstaanjagend gerommel onder de kiel. Sjanie aan dek om de laaghangende takken van de bomen aan bakboord over het stuurhuis te tillen en ermee naar achter te lopen.

Na wat een uur leek te duren, kregen we twee haakse bochten en een bruggetje. Gelukkig waren we van de bomen verlost. Het werd wat breder en iets dieper, maar af en toe ploegden we weer door de modder. Meer dan langzaam vooruit zat er niet in.

De waterkaarten-app, die een deuk bij ons had opgelopen, beloofde ons aan het eind van het Veendiep bij de samenvloeiing met de Westerwoldse Aa een aanlegplaats, iets waar we erg aan toe waren. Deuk twee, die was er niet. Dus verder de Aa af tot we eindelijk bij Blijham aan een ongezellige loswal konden meren, vlak voor een erg laag uitziende brug.

PANNENKOEKEN EN EEN FLINKE NEUT

Er zat een visser op de loswal die onze twijfel of we er onderdoor zouden kunnen nog verder aanwakkerde, door te roepen dat het water een stuk hoger stond dan normaal. Ondertussen was de wind flink aangetrokken en woei de koeienstront van de dijk. Toen het ook nog begon te gieten, voelden we ons van God en iedereen verlaten. We incasseerden die dag tegenslag op tegenslag. Hoeveel kan een mens verdragen zonder gillend gek te worden? De beste remedie tegen dit naargeestige gevoel bleken, heel verrassend, pannenkoeken en een flinke neut te zijn.

Na een onrustige nacht klaarde het weer op en scheen er een zonnetje. We maakten een wandeling en keken bij elke stap weer wat vrolijker tegen de wereld aan. Vooral toen er een vlet van ons formaat voorbij kwam en volle kracht onder de brug doorvoer, duidelijk iemand die plaatselijk bekend was.

De volgende ochtend gingen we langzaam aan onder de brug door en met onze hoogte van 2,47 hielden we nog net iets over. Erg opgelucht konden we de reis vervolgen en werd het die avond in Winschoten met een lekker flesje gevierd. Zo daar knapt een mens van op!

Deze column is tot stand gekomen in samenwerking met PassantenPlaatsen Boot (PBB) onder de titel “moet je nou toch eens horen wat wij tijdens het varen hebben meegemaakt”. Ook je verhaal delen? Stuur deze samen met een paar goede foto’s naar: passantenplaatsenboot@gmail.com.  

Gerelateerde artikelen

Word lid van de Varende Vrienden van EOC-nieuwsbrief

De Varende Vrienden van EOC is een bron van informatie: vaartips, onderhoudstrucs en boeiende verhalen van medeschippers.
Via onze nieuwsbrief krijg je de beste artikelen maandelijks in je mailbox.
Gratis en toegespitst op jouw voorkeuren!

Astrid Boogert
Astrid Boogert
Marketing medewerker

Delen