Wonen op een woonark: pantoffels aan of een lekker warme vloer?

Als er schepen voorbij varen of het waait heel erg hard, lig je dan te schommelen? Word je weleens zeeziek? Is er vloerverwarming aan boord of heb je altijd koude voeten? Het zijn zomaar een aantal vragen die in me opkomen als ik denk aan het wonen op een woonboot. Of is het een woonark? Maar wat ik me toch het meeste afvraag: hoe (anders) is het om op het water te wonen?

Natuurlijk kan ik voor alle technische vragen bij mijn collega’s van de afdeling expertise terecht. Maar voor de ervaring van het wonen op het water, moet ik toch op zoek naar een woonarkbewoner.

De eerste woonarken en -boten waar ik kennis mee maakte, lagen op de route naar mijn middelbare school. Ik fietste er elke dag langs en regelmatig heb ik me afgevraagd of dat nou heel anders wonen is. Het toeval wil dat bekenden van mijn ouders al jaren op één van die exacte woonarken wonen, en ik ben welkom voor een kopje thee!

Naar binnen of aan boord?

Op een mooie maandagmorgen in oktober ga ik langs bij Toos en Gerrit. Het eerste wat me te binnen schiet: stap ik nu aan boord of gewoon binnen? ‘Gewoon binnen hoor, niet aan boord,’ zegt Toos lachend. Nadat ik welkom ben geheten door het koppel des huizes en de hond, gaan we in de woonkamer zitten met een kopje thee en een koekje. Ik steek meteen van wal (haha!) en vraag Toos hoelang ze hier nu wonen en vooral waaróm.

‘We wonen hier nu bijna zeventien jaar,’ aldus Toos. ‘Ik ging vroeger als kind in de vakantie eens bij kennissen op een woonboot logeren, en dat idee heeft me nooit meer losgelaten.’ Ze woonden voorheen ‘gewoon’ in een rijtjeshuis. Het was hun dochter die met een bootje langs hun huidige adres voer en haar ouders op het ‘te koop’-bord wees. Het stel was gauw verkocht: wat een mooie, ruime ark, wat een goede ligging en wat een vrij gevoel!

‘En dat,’ zo zegt Gerrit, ‘is ook meteen het grootste voordeel van het wonen op een woonark: de vrijheid.’ Toen ik naar de ark liep, viel me de mooie tuin op de wal ook al op. Veel groen, veel privacy. Gerrit: ‘We zitten dicht bij de stad, dicht bij alle winkels en het station, maar in de tuin hoor je de vogels fluiten, zie je de eenden broeden en waan je je in de natuur.’ Ze hebben naast de tuin ook een eigen parkeerplaats voor de deur. Deze grond huren ze van de gemeente, aangezien ze in een stad wonen.  

Een likje verf

En dat brengt ons bij wat een nadeel kan zijn om op een woonboot of ark te wonen: de kosten. Het huren van de grond, je parkeerplaats, het liggeld en de verzekeringen; het is bij elkaar een hoop geld. Het enige andere nadeel dat Gerrit kan bedenken is het schommelen bij harde wind. Soms gebeurt er iets uitzonderlijks, zoals een tijdje terug toen een stukje verderop een ark losraakte door de wind en tegen de buurman botste. Tja, en schade aan een ark is vaak een dure grap. Denk maar eens terug aan het incident bij Grave. Gelukkig bleven Toos en Gerrit deze keer buiten schot.

Is een woonark onderhouden nu ook veel meer werk dan een woonhuis? Moet er vaker geschilderd worden bijvoorbeeld? ‘Nee, dat valt reuze mee,’ zegt Gerrit. ‘Onze ark is van Red-Cedar-hout, dat kun je schilderen of laten vergrijzen, wat bij onze ark gebeurt. We hebben wel verfwerk van de kozijnen, deuren en ramen, net als bij een gewoon huis. Nu worden veel nieuwbouwarken tegenwoordig voorzien van kunststof kozijnen, net als aan de wal. Dat is toch onderhoudsvrijer.’

En klopt het dat het ‘s zomers lekker koel blijft binnen, doordat je op het water ligt? Het antwoord van Toos ontgoochelt: ‘Nou nee, wij hebben sinds een tijdje airco aan boord. Het werd hier de laatste zomers soms bijna 37 graden binnen! Daar werden wij, en ook de hond, niet blij van.’ Gerrit vult aan: ‘Maar dat komt ook door de gebrekkige isolatie. Dit is al een wat oudere ark waar wij op wonen. Tegenwoordig worden ze zo goed geïsoleerd dat het niet zo snel meer opwarmt.’ Hij lacht: ‘Als de arken ooit aan de energielabels moeten, dan wordt dat bij veel mensen wel een label Z ben ik bang.’ Gelukkig is de verkoeling altijd nabij: je duikt zó in het water.

Rondleiding ‘onderwater’

Het koelste deel van de ark is natuurlijk de onderste verdieping, die deels onderwater ligt. ‘Zo’n 1,30 meter diep, gemeten vanaf de waterlijn tot aan de onderkant van de ark,’ legt Gerrit me uit. Je ziet vanaf de oever natuurlijk de ramen aan de onderkant van de ark wel, maar ik stond er geen moment bij stil dat daar nog een complete etage aanwezig is. Toos biedt een rondleiding aan, waar ik geen nee tegen zeg.

Door de schuifpui en de vele ramen voelt de ark licht en ruimtelijk, en de badkamer en de hoofdslaapkamer zijn ruimer dan ik gedacht had. Vanaf de kade heb je hier toch een vertekend beeld van. Daarna mag ik beneden een kijkje nemen, waar het me opvalt dat het inderdaad een stuk koeler is. Als ik door het raam naar buiten kijk zie ik de waterlijn. Ik sta nu dus voor de helft ‘onderwater’; een vreemde gewaarwording! Omdat de helft van deze ark verhoogd is, is hier ruimte voor twee extra slaapkamers en een grote opbergkast. Onder het lage deel van de ark is een open ruimte, daar zie je de bodem. Het is er te laag om rechtop te kunnen staan, maar de ruimte is volop te benutten als opslag.

Nooit meer weg

Ik snap waarom Toos en Gerrit hier zo fijn wonen. Ze hebben een prachtige, ruime ark met veel privacy, uitzicht over het water en ze lopen zo de stad in. ‘Soms kan het erg druk zijn omdat je in de stad woont, bij een drukke doorgangsweg,’ zo laat Gerrit me weten, ‘maar de bedrijvigheid in combinatie met de rust die je hier vindt is onbetaalbaar.’ En dat begrijp ik volkomen! Gerrit zou wellicht ooit nog wel terug willen naar de wal, al was het maar om gelijkvloers te gaan wonen op hun oude dag. Maar Toos zou stiekem altijd op de ark willen blijven wonen.

Dit kleine veldonderzoek heeft veel details naar boven gebracht. Sowieso de antwoorden op mijn prangende vragen: dat je weleens kunt wiebelen als er een schip voorbij vaart of met harde wind (maar gelukkig niet zo erg als een wasmachine op volle centrifuge, wat ik altijd in gedachten had!), dat sommige mensen inderdaad zeeziek kunnen worden van de lichte deining en dat je niet altijd pantoffels nodig hebt, want vloerverwarming kan ook gewoon op een woonark. O ja, en voordat ik het vergeet: er is wel degelijk verschil tussen een woonboot en een woonark. De eerste heeft namelijk een stalen casco en de tweede een van beton.

Maar het allerleukste is natuurlijk dat ik dankzij het schrijven van dit artikel en de gastvrijheid van Gerrit en Toos eindelijk eens een kijkje kon nemen op een woonark.

Benieuwd geraakt naar wonen op een woonark of woonboot? Lees dan dit artikel over het aanschaffen ervan, of neem contact op met onze collega’s om je verder te helpen!

Varende vrienden van EOC nieuwsbrief

Ik wil graag de Varende Vrienden van EOC nieuwsbrief digitaal ontvangen.

Astrid Boogert
Astrid Boogert
Marketing medewerker

Delen