Zuiging en veilig oplopen

Het is een beangstigende ervaring als je vaartuig ineens naar een ander schip toegezogen wordt. Alsof een onzichtbare kracht het roer heeft overgenomen. Vaak blijft het bij schrik, soms is er ook schade. Het kan daarom geen kwaad om de theorie nog eens door te nemen. Hoe zat het ook alweer, met zuiging en elkaar oplopen op smal vaarwater?

Een groot schip dat vaart verzet een enorme watermassa. Bij de boeg duwt het schip het water omhoog en naar voren, hierdoor ontstaat een stroming van het schip af. Ook bij het achterschip beweegt het water vooral van het schip weg, want de schroef stuwt het naar achteren. Tot zover de stuwing, nu de zuiging. De berg van water bij de boeg wil zo snel mogelijk terug naar waar het vandaan kwam. Het vloeit naar beneden, waardoor er langs het middendeel van het schip een stroming naar achteren komt te staan, de ‘retourstroom’. Het is de bekende golf die je ziet als een schip langs vaart, met de top bij de boeg en daarachter het dal. In dat dal is het waterniveau lager en daardoor ontstaat een verraderlijke stroming naar het schip toe. Dat is zuiging.

Is een schip groot, diep geladen en heeft het een behoorlijke snelheid, dan kun je zeker zuiging verwachten. Maar ook de vaarweg speelt een rol: bij smal en ondiep vaarwater is het effect van de zuiging extra sterk. Als daar twee grote schepen elkaar voorbijlopen wordt de waterstand tussen die schepen lager en hoopt het water dat ze wegstuwen zich tussen wal en schip op. Die druk duwt de schepen naar elkaar toe (zie vaarsituatie A). Het omgekeerde effect zie je als twee grote schepen elkaar als tegenligger passeren, dan worden ze juist van elkaar weggezet. Dat komt doordat de retourstroom van het ene schip die van het andere opheft (zie vaarsituatie B). Het ziet er voor de leek aan de wal uit als een gevalletje ‘ging maar net goed’: vrachtschepen die op elkaar afstevenen en pas op het laatste moment wijken. Maar de schippers weten beter, die kozen bewust deze koers.

Als het misgaat, is dat meestal op de kanalen en tussen groot en klein. In de zomerdrukte wil een binnenvaartschip op een kanaal nog weleens een klein vaartuig oplopen. Dat kleine vaartuig krijgt te maken met de wervelende stromingen van boeggolf en hekgolf. Met daartussen, als het middelste deel van het vrachtschip passeert, een sterke zuiging. Het kleine vaartuig kan daardoor flink uit koers raken, of zelfs in aanvaring komen met de binnenvaarder. Het moet daarom niet te dicht bij de oploper komen, maar tegelijkertijd voldoende afstand houden van de wal. Want door zijn eigen zuiging trekt zijn achterschip naar de wal, waardoor tegensturen nog lastiger wordt.

In een reflex gaat vaak het gas erop als je de controle over het roer verliest. Niet doen; houd voldoende stuwkracht op het roer en geef tegenroer. Ineens gas terugnemen is ook niet handig, want dit zorgt juist voor versterking van de zuiging door het oplopende schip. Wanneer de oploper is gepasseerd en het kleine vaartuig blijft ‘surfen’ op de hekgolf is het advies wel: gas eraf.

Word je opgelopen, dan is de snelheid eruit halen een goed idee, want daardoor duurt de inhaalmanoeuvre zo kort mogelijk. Kijk altijd goed om je heen en kies een veilige positie in de vaarweg. Het binnenvaartschip moet op zijn beurt vaart minderen om zo min mogelijk zuiging te veroorzaken en hij moet het op te lopen vaartuig voldoende ruimte geven.

Best ingewikkeld voor de beginnende of af-en-toe-schipper. Maar soms hebben ingewikkelde dingen een simpele oplossing en zuiging bij het oplopen is daar één van. Ook al snap je niet alle natuurkundige ins en outs, de manier om uit de problemen te blijven kan iedereen begrijpen: verminder bij een oploopmanoeuvre op smal vaarwater allebei en tijdig vaart.

VERDER INDUIKEN?

Hoe zuiging tot stand komt en de wet van Bernoulli, het EOC Infoblad over waterzuiging legt het haarfijn uit. Met vaartips voor oplopen en passeren. Klik hier: Infoblad waterzuiging

 

Varende vrienden van EOC nieuwsbrief

Ik wil graag de Varende Vrienden van EOC nieuwsbrief digitaal ontvangen.

Geke Pullen
Geke Pullen
Marketing, communicatie en advies

Delen