Zilvermeeuw zet volop in op duurzaam varen: hoe een rondvaartbedrijf bij de tijd blijft

Varen met passagiers in plaats van vracht, het zit bij de familie Schuller in het DNA. Aan boord van de Zilvermeeuwschepen laten ze iedere zomer hun gasten genieten op het water. Na het vaarseizoen is het tijd voor onderhoud én voor vernieuwing, want de Schullers willen vooruit. Het nieuwste plan: een “Zilvermeeuw” op waterstof.  

Voor de “Zilvermeeuw 2” is het een thuiswedstrijd. Vanaf de werf in Raamsdonksveer kun je de thuishaven Drimmelen zo’n beetje zien liggen, net als het groen van De Biesbosch, het ware thuis van dit passagiersschip. “We gaan hier al meer dan 50 jaar de werf op”, vertelt Leon Schuller, kapitein en eigenaar. “Ik ben mede-eigenaar,” vult hij aan, “we zijn een echt familiebedrijf. Mijn opa is in de jaren zestig begonnen met rondvaarten, hij voer vracht in de winter en passagiers in de zomer. Later nam mijn vader het bedrijf over en nu zijn mijn broer en ik eigenaar.” De vloot van Rondvaartbedrijf Zilvermeeuw groeide naar zeven vaartuigen, waarvan de “Zilvermeeuw 2” met een lengte van 38 meter de grootste is. Het werd speciaal ontworpen voor De Biesbosch, met een diepgang van slechts 1,20 meter. Dan begrijp je meteen waarom dit forse schip probleemloos door kreken vaart waar kleinere boten vastlopen én waarom je geen andere partyschepen in het natuurpark tegenkomt.  

Het passagiersschip is uit het water getrokken voor de vijfjaarlijkse keuring. De keurmeester vandaag is EOC-expert Niels van Leeuwen. Hij kent de “Zilvermeeuw 2”, want heeft ook de vorige keer gekeurd. “Dit schip gaat fluitend door het leven. Het vaart geen vracht, dus slijt niet en vermoeit niet. Het vaart ook niet op zout, gaat er regelmatig uit en het vlak is goed geconserveerd.” Aan het casco verwacht hij dus weinig bijzonderheden. Zijn controle begint binnen, in de bovenste salon, waar Schuller de map met papieren al heeft klaargelegd. Van Leeuwen bekijkt eerst het certificaat en de overgangsbepalingen. “Het schip had ook Rijncertificaat, maar is teruggevlagd en het Duitse vaargebied is eraf gehaald. Verder zijn er wat specifieke dingen voor de passagiersvaart, zoals keuring van de brandmelders en de Meggertest, dat is de controle van de elektrische installatie. De rederij laat dat testen, ik hoef alleen te kijken of de certificaten compleet zijn.” De papieren zijn in orde, al verandert er binnenkort nog wel wat in de map want Schuller laat een nieuwe motor inbouwen. Ter voorbereiding wordt op de werf de koelbeun vergroot en voorzien van een nieuw element.  

Gastheer voor de lading

Het rondje onder het schip levert inderdaad weinig bijzonderheden op. Eén puntje van aandacht: de vetsmering van de roeren blijkt onvoldoende. Dat kan mooi worden aangepakt tijdens de inbouw van de nieuwe motor. Terug aan boord heeft Van Leeuwen heel wat ruimtes om na te lopen tussen voorpiek en achterpiek: twee machinekamers, twee salons, benedendeks een grote keuken met voorraadruimte en helemaal bovenin het zonnedek met daarop de stuurhut. In de machinekamer voor is alles netjes voor elkaar, met twee watergekoelde airco’s die op warme zomerdagen de salons koel houden. Van Leeuwen: “Het is geen eis, maar je zou in deze machinekamer een automatische brandblusinstallatie kunnen plaatsen. Die kosten nog maar een paar honderd euro. De techniek is soms verder dan de regelgeving, je mag daarom ook zelf over dit soort dingen nadenken.” Regels die niet ver genoeg of juist te ver gaan, je kunt er gerust je geld op inzetten dat het ter sprake komt bij een keuring. Neem nu de noodknop, ook zo’n discussiepunt. De eigenaar vindt het weinig zinvol voor dagpassagiers. “Om de zoveel meter zit een noodknop, maar als er iemand onwel wordt in de salon dan zien anderen dat toch wel. Kinderen drukken op de knop, of passagiers die een drankje willen, dus zo’n alarm ga je negeren. Mocht er echt iets zijn: we hebben een AED aan boord en ons personeel is goed getraind. Ik vind veiligheid heel belangrijk, wij zijn gastheer voor de lading.”  

Veiligheidsdeuren moeten dicht tijdens de vaart, ook zo’n regel die weleens in aanvaring komt met de praktijk. Op de “Zilvermeeuw 2” zit er een waterdichte deur tussen de keuken en voorraadkamer, helemaal onderin het schip. Van Leeuwen: “Het zijn gescheiden compartimenten, dus die deur moet dicht blijven. Je ziet nog weleens dat een branddeur of waterdichte deur wordt opengezet met een keg of touwtje, dat is makkelijker in- en uitlopen. Ik moet er dan wat van zeggen, maar ben er niet bij als er de volgende dag weer gevaren wordt.” Hij test het alarm, want als de waterdichte deur open staat moet er op het dashboard in de stuurhut een lampje gaan branden. Dat blijkt niet goed te werken, daar moet een elektricien naar kijken. In de stuurhut zit je hoog en droog, ver weg van de keuken en als daar iets gebeurt heb je het als kapitein niet direct door. De alarmen en intercom zijn onmisbaar. 

Allereerste op waterstof

In de hoofdmachinekamer is alles op orde, afgezien natuurlijk van het gapende gat op de plek van de beun. Binnenkort staat er een nieuwe motor in, voor Schuller meer een kwestie van dB’s dan pk’s. “Sinds kort hebben we de “Z8” in onze vloot, die is dieselelektrisch aangedreven. Dat vaart zo rustig, dan word je wel verwend. We willen ook op de “Zilvermeeuw 2” meer comfort voor de gasten, dus minder geluid. We gaan de koppeling flexibel opstellen en alles optimaliseren en doormeten.” Het is niet alleen de techniek, de “Z8” is in alle opzichten een stuk moderner. “Onze andere schepen zijn veel klassieker, maar we moeten bijblijven, net als een restaurant. De “Z8” is eigentijds en dat spreekt de gasten aan. Dus ook het interieur van de “Zilvermeeuw 2” gaan we moderniseren.” De “Z8” is al een grote stap voorwaarts in duurzaam varen, maar Schuller kijkt alweer verder. Hij wil een passagiersschip laten bouwen dat op waterstof loopt. Hij is nu bezig met de regelgeving, een taai traject want hij is de eerste in Nederland dus er is nog geen regelgeving. “Ik ben nu aan het uitzoeken welke stappen ik moet zetten om uiteindelijk een certificaat te krijgen. Daarover ben ik in gesprek met Lloyds en ILT. Plan is om het schip in 2022 in de vaart te brengen, maar dan moet er nog heel wat water door de Maas.”  

Voorlopig worden de Zilvermeeuwen nog voortgestuwd door diesel. En door de broers Schuller en hun personeel, dat niet alleen schippers telt maar ook verkoopmedewerkers en bediening. In het hoogseizoen kan dat zomaar oplopen tot 80 man. De rondvaarten gaan door De Biesbosch, maar gasten kunnen ook voor een andere watertrip kiezen tussen Rotterdam en Gorinchem. Schuller: “We verzorgen dagtochten naar de Tweede Maasvlakte en vaartochten in combinatie met een bezoek aan het SS Rotterdam, het Maritiem Museum of een tramrit. Het is een ander soort beleving en mensen komen ervoor terug. Sommigen doen wel vier keer per jaar een rondvaart, dan stappen ze aan boord en zeggen ze tegen mij: ‘Zo, ben jij er ook weer?’ Dat is mooi; de waardering van de gasten, daar doe je het uiteindelijk voor.”

Passagiersschip “Zilvermeeuw 2” 
Bouwjaar 1990 
Afmeting 38 x 6,9 meter 
Diepgang 1,2 meter 
Capaciteit max. 300 pers. 

Opgetekend voordat corona uitbrak. EOC wenst de rederij alle sterkte.

Keuring aanvragen?

EOC Expertise heeft alle kennis in huis voor schade-afhandeling, keuringen en inspecties van uw schip.

Niels van Leeuwen
Niels van Leeuwen
EOC Expertise

Delen