Bio is niet altijd beter: vaker problemen met gasolie

Het is geen nieuw verschijnsel en we hebben er al eerder over bericht: motoruitval door dichtgeslagen brandstoffilters. Het is de biodiesel die hier roet in het eten gooit. Omdat we steeds meer meldingen krijgen, nemen we de biobrandstof nog maar eens onder de loep.

Tegenwoordig worden er bio-componenten aan gasolie toegevoegd, dat is wettelijk voorgeschreven. Met goede reden: biologische brandstof wordt gemaakt uit plantaardige of dierlijke olie en draagt zo bij aan een vermindering van de CO2-uitstoot. De afgelopen jaren is het percentage bio-componenten dat aan diesel toegevoegd mag worden opgevoerd tot 7%. Het gaat hier om Fatty-Acid-Methyl-Ester (FAME), oftewel vetzuren. Aan de pomp en bij het bunkerstation heet het mengsel ‘EN 590 B7’, waarbij ‘EN 590’ staat voor de fossiele gasolie en ‘B7’ voor het percentage FAME.

Ieder voordeel heeft zijn nadeel 

Tot zover een positief verhaal. Maar aan olie van plantaardige of dierlijke oorsprong kleven nadelen. De vetzuren trekken water en vuildeeltjes aan en die vormen een voedingsbodem voor bacteriën, algen en schimmels. Als die zich gaan vermenigvuldigen dan raakt de brandstof vervuild en ontstaan er zwarte slierten, sludge of vlokken. Dergelijke problemen zagen we eerst vooral bij de pleziervaart en als gevolg van veroudering van de brandstof, maar afgelopen najaar kregen we opvallend veel meldingen uit de beroepsvaart. Filters sloegen dicht, waardoor de motor uitviel. Dat gebeurde in een aantal gevallen door vers gebunkerde brandstof. Oorzaak lijkt het opschroeven van het percentage FAME tot 7%, in combinatie met de lagere buitentemperatuur, waardoor de vetzuren gaan vlokken. Dat wordt nog erger als je flink opklopt met zuurstof. Precies wat er in de tank gebeurt bij het bunkeren: turbulentie en een reactie met de via de ontluchting aangezogen zuurstof.

Serieus probleem 

Voor de binnenvaart is het een serieus probleem. Belangenclubs CBRB/BLN en IVR willen een oplossing en zijn in overleg met de Nederlandse Organisatie voor de Energiebranche (NOVE). Sommige leveranciers voegen nu GTL en enzymen toe, wat het vlokken en de bacteriegroei zou tegengaan. Ook zijn er bacteriedodende middelen op de markt, de zogeheten ‘killers’, maar het is onbekend of deze op termijn veilig zijn voor motor en brandstofpomp. Daarnaast wordt gedacht aan het aanpassen van de filterstraat of het voorverwarmen van de brandstof. Een oplossing voor de hele markt is er vooralsnog niet.

Kraken als alternatief 

Naast gasolie met FAME is er nog een diesel op de markt: Hydrotreated Vegetable Oil (HVO), ook wel commercieel op de markt gebracht als Blauwe Diesel. Deze kunstmatige gasolie wordt eveneens gemaakt uit afgewerkte plantaardig vetten en restafval zoals dierlijke vetten, maar de moleculen worden gekraakt en weer opgebouwd tot een brandstof die vrijwel gelijk is aan fossiele diesel. Omdat de zuurstof uit de brandstof wordt onttrokken en het product geen vetzuren bevat, kan er geen bacteriegroei en vlokvorming ontstaan. HVO wordt puur aangeboden, of gemengd met gewone gasolie. Pure HVO is veruit de meest milieubewuste keuze: minder fijnstof, minder roet en CO2-neutraal. Veel dieselmotoren kunnen er probleemloos op overschakelen, maar informeer altijd eerst bij de fabrikant of leverancier.

Tips tegen stilvallen

  • Wees alert en controleer regelmatig de brandstoffilters.
  • Tap regelmatig de waterzak af.
  • Zorg voor reservefilters aan boord.
  • Meldt problemen bij EOC en geef ook aan waar en wanneer gebunkerd is.
  • Bunker indien mogelijk gasolie met zo min mogelijk FAME of schakel in overleg met de motorleverancier of -dealer over op GTL of HVO.

Meer nuttige tips – voor plezier- en beroepsvaart – staan in ons Infoblad vervuilde gasolie diesel.

Varende vrienden van EOC nieuwsbrief

Ik wil graag de Varende Vrienden van EOC nieuwsbrief digitaal ontvangen.

Marnix de Bakker
Marnix de Bakker
Preventie Manager

Delen