Henri Foeke Tichelaar is schipper én familieman. Met zijn vader voer hij op duwboot ‘Alina’, vernoemd naar zijn moeder. Uiteindelijk nam Henri de duwboot over. Hij voer verschillende duwbakken voor een vast bedrijf, veertien uur per dag, zeven dagen per week, met personeel dat steeds lastiger te vinden was. In 2025 kocht hij een eigen duwbak die hij vernoemde naar zijn tweejarige dochter Myrthe. Nu vaart hij samen met zijn vrouw Wianne, opnieuw als familiebedrijf, met één stuurman als extra kracht. ‘Zo rolt het balletje door. Dat vind ik mooi.’
In de rubriek ‘Even Peilen!’ peilen we bij een EOC-lid aan boord hoe het er dagelijks op het vaarwater aan toegaat. Wat valt op en waar lopen – of varen – ze tegenaan? De EOC-peilschaal wordt iedere editie doorgegeven aan de volgende vaarweggebruiker. Zo krijgen we een uniek kijkje op het water vanuit alle verschillende stuurhutten, kajuiten en achterdekken die EOC rijk is.
WAT IS VOOR JULLIE EEN BIJZONDERE LADING?
‘Staalrollen! Dat heeft alles te maken met vroeger, ik ben ermee opgegroeid. Mijn ouders transporteerden die lading, over de schippersbeurs, met een motorschip. Mijn vader heeft me alles geleerd, hij blijft mijn steun en toeverlaat. Dat ik nu hetzelfde vervoer, dat vind ik prachtig. Het is ook een schone lading, in tegenstelling tot veevoer. Dat was altijd boenen en gekkigheid.’
WAT IS HET VERSCHIL TUSSEN VAREN MET EEN DUWSTEL OF MOTORVRACHTSCHIP?
‘Het varen zelf maakt weinig verschil. Maar voor het werk is een duwboot breder inzetbaar. Ik kan de bak wegleggen en een ander transportje doen. Een ponton van A naar B bijvoorbeeld, als het vrachtwerk schaars is. Het nadeel? De draden! Koppelen van duwboot en bak is geen ingewikkeld maar wel zwaar werk. Personeel moet sterk zijn. Vooral de achterste, dubbele draden zijn lang en daardoor zwaar. Als mijn stuurman ze oppakt ben ik altijd bang dat hij meegaat, het water in. Dus die doe ik zelf. Ik ben het gewend, ik doe het al sinds m’n zestiende.’
HOE ZIJN DE OMSTANDIGHEDEN VOOR EEN DUWSTEL?
‘Duwvaart heeft een slechte naam doordat sommige bedrijven niet goed met hun bakken omgaan. Die worden tegen een paal gegooid, slecht verankerd, ze raken los. Maar dat imago is onterecht. Wij zijn zuinig op ons materiaal. Wij wilden een eigen duwbak om het zonder veel personeel af te kunnen. “Myrthe” heeft zelfs een kop- en hekschroef, je kunt er zonder duwboot de sluis mee door. Wel moet je voorzichtig zijn met varen, vanwege de platte duwkop die schuin omlaag loopt. Nooit scheef op een kant aanvaren, je schuift zo over een bolder heen.’
HOE VERHOUDT EEN GROOT DUWSTEL ZICH TOT DE KLEINE PLEZIERVAART?
‘Door die duwkop zijn jachtjes moeilijker zichtbaar, vooral als we leeg zijn. Zij zien ons heel lang, maar wij hen al niet meer op zo’n 100 à 150 meter afstand. Ik probeer ze in beeld te houden, ga uit van hun snelheid en koers. Er zit een camera op de kop, maar ik zie het liever zelf. Het merendeel houdt zich aan de regels, zij varen aan de kant. Maar je hebt er radicale tussen, die moet je in de gaten houden. Gelukkig is het nooit misgegaan. Ik klop het gelijk af, schippers zijn bijgelovig. Maar ik ben blij als er pleziervaart is. Dat betekent mooi weer, ook voor mij.’
WAT ZOU U WILLEN WETEN VAN EEN BEROEPSVISSER?
‘Ook bij ons is een boel aan de hand op milieugebied. Wij hebben al veel moeten investeren om te kunnen blijven varen. Hoe gaan beroepsvissers om met de vele milieueisen in hun vakgebied?’