Waartoe de keuze voor een matroos zou leiden, dat had Joanke niet bedacht. Nu is ze zelf schipper en ligt er een kinderboek in de winkels. Joanke (1997) en Wouter (1992) van der Wal vertellen ons hun bijzondere avontuur en de band met hun motorvrachtschip ‘Tenax’.
EOC is een scheepvaartverzekeringsmaatschappij met een brede blik. Onze leden varen in de beroepsvaart, de pleziervaart, de charter- en passagiersvaart of wonen op al dan niet varende schepen en arken. Ieder EOC-lid heeft een ander waterverhaal. In de serie Scheepgaan tekent schrijfster Corine Nijenhuis ze op.
NAAR HET VARENDE LEVEN
Ze was zeventien toen ze Wouter leerde kennen. Hij was matroos in opleiding, Joanke een meisje van de wal. Van varen wist ze niets: ‘Ik was nog nooit op een schip geweest.’ Wouter nam haar mee naar vrienden met een binnenvaartschip, om te tonen hoe een varend leven eruitziet. ‘Ik vond het gelijk leuk! Je huis en je werk, alles ineen.’
Tijdens haar opleiding tot apothekersassistent was er soms tijd om mee te gaan met Wouter, die inmiddels als schipper op zijn eigen motorvrachtschip voer, samen met een matroos. Het schippersleven beviel haar goed. Gelukkig, want Joanke besefte dat het de voorwaarde was om samen verder te kunnen. ‘Ik koos voor Wouter. Maar ik moest ook kiezen voor zijn werk. Gelukkig wist ik snel zeker dat ik ook wilde varen. Was dat anders geweest, dan weet ik niet hoe het tussen ons was afgelopen.’ Ze trouwden en kochten samen een ander schip, de ‘Tenax’, een motorvrachtschip van 84 meter. Het varen op wisselende bestemmingen, hun vanzelfsprekende samenwerking; het geeft Joanke een gevoel van vrijheid.
NIEUWE SCHIPPERSFAMILIE
Met de komst van zoons Lucas en Boaz werd de waarde van het voortdurend samenzijn aan boord nog versterkt. ‘Wouter en ik kunnen de opvoeding echt samen doen. Hij maakt alle mijlpalen van de kinderen mee: de eerste stapjes, de eerste woordjes.’ Over het welzijn van kleine kinderen op een schip heeft ze zich nooit zorgen gemaakt. ‘Hun box stond in de stuurhut. Als baby’s zagen ze van alles, tijdens het varen, bij het laden en lossen. Ze hadden het altijd naar hun zin.’
Ook veiligheid is geen issue. Toen de jongens begonnen met lopen, plaatsten hun ouders een hekwerk rond het roefdek. Vanuit de stuurhut zijn woning én roefdek veilig te bereiken. ‘Ze kunnen er nergens uit, daardoor heb ik nooit angst. En kan ik, bij manoeuvres zoals sluizen, focussen op het varen terwijl Wouter voorop de touwen doet.’
ONDERWIJSDILEMMA
Maar kinderen aan boord van een vrachtschip brengt ook een dilemma. Wat te doen met onderwijs? Schipperskinderen zijn, net als walkinderen, vanaf vijf jaar leerplichtig. De eerste twee jaar kunnen schippers hun kroost thuisonderwijs geven, daarna moeten ze naar school. Daaruit volgt een keuze: naar een internaat of een huis aan de wal. Joanke was ermee bezig vanaf Lucas’ geboorte. ‘Het is een proces waarin je groeit, waarover je nadenkt totdat je de knoop moet doorhakken.’
Dat deden ze vorig jaar. ‘We hebben besloten het gewoon te proberen. Wouter en ik vinden het varen erg leuk, net als de jongens, dat willen we doorzetten. Lucas gaat volgend jaar naar het schippersinternaat.’ Maar die keuze is verre van definitief. Eerst willen ze het geschetste positieve beeld zelf ervaren. Het kan zijn dat het niet werkt, dat Lucas te veel heimwee heeft. Of zijzelf, dat kan ook. ‘Dan ga ik aan de wal wonen, samen met de kinderen.’ Maar alleen door proberen, kunnen ze tot een goede keuze komen. ‘Andersom gaat niet. Je gaat niet eerst naar de wal en dan alsnog varen omdat je het mist. Dat doe je niet.’
VOORBEREIDING OP HET INTERNAAT
Het Landelijk Onderwijs aan Varende Kinderen (LOVK) bereidt het gezin voor op het schippersinternaat. Er zijn bezoek- en wendagen. ‘Wij hebben gekozen voor Werkendam, een huiselijk internaat met een christelijke achtergrond. In een dorp, omdat wij zelf uit een dorp komen.’ Er wonen zo’n honderd kinderen, in groepjes, diverse leeftijden bij elkaar. ‘Elke groep heeft een eigen keukentje, woonkamer, slaapkamers. Een soort eigen huisje. De sfeer is warm.’
De schipperskinderen gaan naar de reguliere school, samen met de dorpskinderen. Doordeweeks wonen ze op het internaat, in het weekend gaan ze naar boord. ‘Dan halen we ze met de auto. Maar omdat we veel op Duitsland varen, overwegen we een huis te kopen in Werkendam. Daar kunnen we dan in de weekenden samen zijn.’
Nu geeft Joanke nog thuisonderwijs. Ook dat loopt via het LOVK. De organisatie zorgt voor een mentor die het onderwijs begeleidt. Bij het eerste bezoek brengt hij of zij een krat vol lesboeken, werkbladen, knutselmateriaal; alles wat op een kleuterschool gebruikt wordt. Joanke besteedt gemiddeld anderhalf uur per dag met Lucas aan het schoolwerk. ‘Ik plan het in per keer. Als we in de ochtend van boord kunnen, dan gaan we liever naar de speeltuin of een rondje lopen, dan doen we schoolwerk wanneer we weer varen.’

BOEKENWURM
Lucas is niet alleen dol op varen, maar ook op lezen. Toen Joanke een boekje zocht over de binnenvaart, bleek dat niet te bestaan. ‘Terwijl Nederland de grootste binnenvaartvloot heeft! “Dan maak jij het toch?” zei Wouter.’
En zo geschiedde, al duurde het even voordat ze het verhaal zelf goed genoeg vond. Daarna ging het snel. Kapitein Rijn en Maas Haas heet het realistisch geïllustreerde kinderboek, en het ligt inmiddels in de winkel. Opdat elke jongere weet hoe leuk de binnenvaart is. En Joanke? Die denkt na over een vervolg.