Keuring van een actief, stilliggend schip

“WE KIJKEN NAAR RISICO’S VOOR EIGENAAR EN VERZEKERING”

Hoog en droog staat de “Salve” in het dok van Open Shipyards in Arnhem. Het schip wacht op wat komen gaat: verlenging van de romp en plaatsing van een nieuwe opbouw. Maar pas na de tussentijdse verzekeringskeuring door een expert van EOC. “Salve” is een stilliggend schip met vaste ligplaats in Amsterdam en wordt gebruikt als accommodatie voor diverse (watersport)activiteiten van Nautiek, het bedrijf van echtpaar Beda-Berenbroek en Rob van Zanten. 

Dat de “Salve” later dan gewild het water uitgaat, komt door de ligplaats. Van Zanten wil de voormalige sleepkempenaar uit 1929 verlengen met vijftien meter en meteen de oude opbouw vervangen. Al in 2019 liet hij het ontwerp tekenen, maar het duurde, mede door corona, jaren voordat hij de vergunningen rond kreeg. ‘Met de verlenging gaat het schip terug naar de oorspronkelijke maat’, zegt Van Zanten. ‘Wij moesten het bij de koop vijftien meter laten inkorten omdat de drie nieuw gecreëerde ligplaatsen in het zich ontwikkelende Oostelijk Havengebied niet groter waren dan veertig bij zeven meter.’ Hij kocht de “Salve” in 2000 van studentenvereniging Unitas. Van Zanten wilde het motorloze schip dat ooit, geladen met kolen, door een raderboot over de Rijn gesleept werd, gebruiken als accommodatie bij zijn zeilschool in het Amsterdamse havengebied. ‘Na de nodige tegenwerking kregen we de vergunningen voor de zeilschool, én voor de “Salve”, maar wel ingekort.’ Scheepswerf Vooruit haalde er vijftien meter tussenuit. ‘Ik had het stuk moeten bewaren. Niet gedaan, jammer genoeg.’ 

Rob van Zanten

LANGE ADEM

Eenmaal op de ligplaats begon het intimmeren. Al snel verscheen een scootmobiel op de kade. ‘De zoon van de laatste schipper. Hij volgt het schip al vanaf het moment dat het werd geconfisqueerd in de Tweede Wereldoorlog. In de jaren zestig kwam het in handen van De Werkschuit, een centrum voor kunstzinnige vorming.’ De “Salve” werd door Van Zanten gefaseerd verbouwd en geschikt gemaakt voor de bedrijfsfunctie. ‘Maar niet het roefje en theehuis. Die waren in slechte staat.’ Langzaamaan breidde de functie uit met verhuur van twee zalen en het bovendek, voor vergaderingen en presentaties, feesten en zelfs uitvaarten. Ook worden er ligplaatsen verhuurd. ‘In 2019 wilden we het achterschip verbouwen. We besloten ook roef en theehuis te vervangen.’ Omdat Van Zanten naast de bedrijfsruimte een bedrijfswoning wil creëren, vroeg hij ook vergunning voor verlenging aan. Het vergde een lange adem om alles rond te krijgen, maar in november 2023 was het zover. De “Salve” werd door een sleper van Rederij Koningspleij over de Nederrijn naar Open Shipyards geduwd. Daar wordt het schip eerst gekeurd. 

VERZEKERINGSRISICO’S

‘De tussentijdse keuring van de “Salve” is iets anders dan een innamekeuring bij de verzekeraar’, legt EOC-expert Rob van ’t Hof uit. Ook is het geen aankoopkeuring. ‘Daar zijn andere bureaus voor. Wij doen geen algehele keuring, maar kijken naar de staat van het onderwaterschip. En wat nodig is om vaartuig of woonboot veilig te laten drijven. Wij kijken naar risico’s voor de verzekering.’ 

‘het verschil tussen vrachtschepen en woonschepen: de eerste slijten, de tweede rotten door’

Van ’t Hof begint elke keuring met een gesprek. ‘Ik vraag of de eigenaar zelf iets vreemds gezien heeft. Hij kent zijn schip beter dan ik.’ Vervolgens klopt hij het hele onderwaterschip af, op zoek naar zwakke plekken. ‘Bij stilliggende schepen vind je die vooral aan de binnenkant. Dat is het verschil tussen vrachtschepen en woonschepen: de eerste slijten, de tweede rotten door.’ Zo ook de “Salve”. Het achterschip blijkt de zwakke plek. Niet verrassend, vindt Van ’t Hof. ‘Een schip ligt achterover, dus vocht op het vlak loopt naar achteren. Daar staat vaak een schot en blijft water staan. Hier vormt zich de meeste roest.’ 

STAAL EN KLINKNAGELS

Omdat problemen bij niet-varende schepen vaak aan de binnenzijde zitten, is het fijn romp en vlak daar te bekijken. Bij de “Salve” kan dat. ‘Voordat we naar de werf gingen hebben we alle betimmering eruit gehaald’, zegt Van Zanten. Dat er geen beton op het vlak van de sleepkempenaar ligt maakt het makkelijker rotte delen te lokaliseren. ‘Als er wel beton ligt, zijn er triggers aan de buitenzijde waar je op let.’ Van ’t Hof ziet het duidelijk bij geklonken schepen. Wanneer er vocht tussen vlak en beton is gekropen, ontstaat roest. Die drukt het vlak naar beneden waardoor de klinknagels intrekken. ‘Bij een romp met ingetrokken nagels kun je ervan uitgaan dat er een vervelend proces gaande is tussen beton en vlak.’ Daarom is het zaak dat beton goed hecht. Een secuur proces, ook bij de “Salve”, die betonballast krijgt na de verlenging. Maar eerst wordt het achterschip gedubbeld met drie platen staal. Ook boven de waterlijn moet er nieuw staal op, een strook van zo’n zestien meter lengte. ‘Oude rottigheid waar ik niet op gerekend had,’ zegt Van Zanten, ‘maar ze spoten er dwars doorheen.’ Gelukkig zijn er geen problemen op de waterlijn. ‘De romp is in 2010 gehydrojet. En het schip heeft kathodische bescherming.’ 

OPDRUKSTROOM BIJ BRAK WATER

Die kathodische bescherming helpt tegen putvorming in het staal. Van ‘t Hof is daar alert op. ‘In oude machinekamers bijvoorbeeld, door smeerolie. Aan de buitenkant heeft het te maken met elektrolyse.’ De “Salve” heeft er weinig last van, het schip is beschermd door opdrukstroom. In plaats van op de romp, liggen de anodes die het staal beschermen tegen corrosie, er los van. Zinken anodes voor op zout water, aluminium anodes voor op zoet. Ze worden via aardedraden verbonden met de scheepsromp én met een regelunit die de status van het water meet.

‘Nu krijgen we wat meer bedrijfsruimte en wordt de rest woning’

‘Bij ons is het water brak’, zegt Van Zanten. ‘Met die grote zeesluis in IJmuiden komt er soms meer zout bij.’ Van Zanten ging over op opdrukstroom omdat alle buren het deden. Maar goed ook, vindt Van ’t Hof, anders wordt jóuw schip opgevreten. ‘Ik heb vrachtschepen gekeurd met enorme putvorming. Die bleken lange tijd stil te hebben gelegen naast een damwand met opdrukstroom. Je wilt niet weten wat je ziet: putten waar je zo je duim in kunt steken.’  

INZICHTEN DELEN

Van Zanten vindt het belangrijk dat een expert zijn visie over een schip deelt. Over het te keuren deel, maar ook over scheepsdelen waaruit problemen kunnen ontstaan. Dat doet Van ’t Hof. ‘Een schip dat boven de waterlijn is doorgerot keur ik niet af, het kan er niet op zinken. Maar ik meld het aan de eigenaar zodat er actie kan worden ondernomen.’  

Bij de “Salve” komt het bovenwaterschip beter onder controle als de nieuwe opbouw is verwezenlijkt. Roef en sectie, bestaande uit stuur- en theehuis, zijn voorgebouwd. Beide worden na verlenging van de romp gemonteerd. Op de ligplaats in Amsterdam wordt het schip afgetimmerd. ‘In de oude situatie gebruikten we de achterkant nauwelijks vanwege de slechte staat. Nu krijgen we wat meer bedrijfsruimte en wordt de rest woning.’ Van Zanten is optimistisch over de timing. ‘Bedoeling is eerst het bedrijfsgedeelte af te maken, dat moet lukken voor de zomer. Daarna volgt de rest.’ 

Word lid van de Varende Vrienden van EOC-nieuwsbrief

De Varende Vrienden van EOC is een bron van informatie: vaartips, onderhoudstrucs en boeiende verhalen van medeschippers.
Via onze nieuwsbrief krijg je de beste artikelen maandelijks in je mailbox.
Gratis en toegespitst op jouw voorkeuren!

Astrid Boogert
Astrid Boogert
Marketing medewerker